Emotioneel

Ik ben een huilebalk, altijd al geweest. Als ik maar iets emotioneels zie op TV, of lees in de krant, ben ik verloren. Eerst probeer ik nog manmoedig mijn opkomende emotie te onderdrukken: een paar keer flink ademhalen, kaken en lippen op elkaar geperst. Maar alras is er geen houden meer aan, ik geef me gewonnen en daar vloeien de waterlanders. Het is steeds weer een gevecht, dat niet gewonnen kan worden en maar niet wil wennen. Na de film Terms of Endearment heb ik een hele dag met dikke, opgezette ogen rondgelopen. Gelukkig was het zondag. Want onherroepelijk wordt mijn huilbui, zeker als het een publieke manifestatie betreft, gevolgd door schaamte. En misschien is die schaamte wel het ergst van alles.

Mijn vader was eraan gewend geraakt en wapperde vroeger meteen met zijn grote zakdoek. Die mochten mijn moeder, die nog emotioneler is dan ik, en ik dan delen. Het was een vast ritueel, en daarom wel leuk. Huilen was in die besloten familiekring toegestaan. Mijn vader was een emotionele man. Ik herinner me een boek dat hij had over de tweede wereldoorlog met de titel “De dag waarop mijn vader huilde”. Die titel alleen al maakte veel indruk op me. Vaders huilen niet en horen niet te huilen. Ik heb mijn vader twee keer zien huilen, en dat vond ik ronduit beangstigend. Er moet wel iets heel ergs gebeurd zijn, als je vader huilt. Ook mijn broer is een emotioneel man.

Daarentegen is mijn eigen gezin verre van emotioneel. Nu ik ziek ben, raak ik nog eerder uit balans. Zelfs bij een Nederlandse olympische kampioen op de schaats, een gewonnen voetbalwedstrijd of een doorweekte Adrie van der Poel, sta ik te huilen. Of wat dacht u van een zielige tekenfilm, een aandoenlijk opvoedkundig programma of het afscheid van mijn dochter die een week op kamp gaat. Mijn kinderen herkennen het begin: het hortende ademhalen en de op elkaar geperste lippen. Direct kijken twee paar kinderogen mij aan. “Nee hè, mam, niet weer.” Ze blokkeren het beeld van TV of nemen de krant weg, trekken afleidende grimassen en kijken me bestraffend aan. Ik mag pas weer doorgaan met mijn emotie veroorzakende activiteit, als ik ze plechtig beloof niet meer te huilen. In zo’n klimaat is het gevecht tegen de tranen nog belangrijker en moeilijker.

Maar als ik huil in een gesprek, is er meer tolerantie. Mijn zoon droogt dan mijn tranen af en zegt: “niet meer over praten, mam”. En de zakdoek van mijn man heb ik al heel vaak aangeboden gekregen. Net zo’n grote als die van mijn vader.

Alleen dat gejank bij die non issues, moet ik toch echt eens onder de knie krijgen. Laatst huilde ik zelfs bij een zielige scène in Goeie Tijden Slechte Tijden. Mijn dochter greep in en sprak me streng toe: “mam, het is maar een soap”. En gelijk heeft ze. Maar ja, maak dat mijn tranen maar eens wijs.

Februari 1999
Jeanet van der Vlist