Niet meer goed verstaanbaar zijn

Dagboek september 1999

Van al mijn handicaps is het niet meer goed verstaanbaar zijn het ergste. Het isoleert het meest. Mensen durven niet steeds te zeggen “wat zeg je? “, maar aan hun vage reactie merk ik toch wel dat ze het niet begrepen hebben. En ja wat moet je tegen mij zeggen? Dit speelt vooral bij half bekenden, minder bij vrienden. Het ongemak aan beide zijden leidt ertoe dat ik me terugtrek. En juist dit soort contacten geven jus aan het leven. En ik hou van roddels, maar hoe blijf ik op de hoogte?

Juni 1999

Ik heb minder zin in praten en iedere dag bijna naar het theehuis gaan valt me zwaar. Ik vind namelijk dat ik mijn bezoek ook een beetje moet amuseren en soms heb ik daar totaal geen zin in. Ik zit graag een beetje in mezelf verzonken of genietend van de omgeving, vooral mijn tuin wat is die mooi. Zou ik me toch een beetje uit de wereld terugtrekken? Nou wordt er ook een stuk minder tegen me aan geluld, zowel door de kinderen als door vrienden. Dat krijg je als je sporadisch terug praat, je bent minder een partij. Ik weet niet wat ik daarvan vind, maar de kinderen wil ik nog wel even vasthouden. Nou is binnenkort de verjaardag van Ward en dat geeft weer een hoop praatjes. Wat is die jongen daar mee bezig.

Augustus 1999

Verder een tennistoernooi van Ward en Floor. Wij zijn met zijn allen gaan kijken. Ik had van tevoren niet beseft dat ik op het tennistoernooi zoveel buren zou tegen komen, anders had ik vast meer schroom gehad. Vooral mijn spraak is daarbij een enorme handicap, waardoor ik confrontaties liefst uit de weg ga. Maar wat viel het mee. Ik vond het erg gezellig en met Hein als vertaler aan mijn zij, ging het prima. Ook omdat het niet zo massaal was als een straatbarbecue met de hele buurt. Nooit te oud om te leren. De volgende dag met Ward door de Leidse hout gaan scooteren. We sjezen langs de paden en je ziet iedereen geamuseerd opkijken. Ik kom zelfs iemand tegen waar we een “praatje”mee maken.

Dagboek september 1999