Dagboek oktober 2004

Boek lezen

Ik lees weer een boek en wel van Renate Rubenstein om alvast in de stemming te komen voor de herfstvakantie wanneer we in haar huis zitten. Mijn hulp leest naast mij haar eigen boek en slaat de bladzijden om. Erg knus en passend bij de herfst. Het is mijn eerste boek sinds 5 jaar. Ik ben nog steeds een globale lezer, oninteressante passages sla ik over. Ik ben geen mooie zinnen proever. Ik weet ook weer waarom ik een hekel had aan gesproken boeken; je kan niet je eigen tempo bepalen. Het boek gaat over de verboden liefde tussen Renate en Simon Carmiggelt. Beide schrijvers zeggen mijn hulpen niets. Zij kijken me glazig aan. Ik word oud.

Buitengesloten

De bouw vordert gestaag. Af en toe informeren mijn hulpen hoe het bouwproces vordert. De uitvoerder, die weet dat deze vragen van mij komen, voelt zich gecontroleerd. Hij beseft niet dat dit mijn enige mogelijkheid tot contact is en natuurlijk ook een mogelijkheid om greep te houden op mijn situatie. Ik wil graag weten wanneer bepaalde dingen gebeuren. En dan op een ochtend wordt de hele voortgang met Hein in de tuin doorgesproken. Er worden zelfs wijzigingen vastgesteld. Ik voel me buitengesloten. Zo’n gesprek kan even gemakkelijk in de kamer in mijn bijzijn gevoerd worden. Gelukkig hebben we ’s middags een gesprek met architect en uitvoerder. Ook de architect is niet blij met sommige wijzigingen. We spreken alles door en alles wordt in notulen vastgelegd. Het is mijn eerste vergadering met notulen die ik in zes jaar bijwoon. Volgende week hebben we weer een bouwvergadering. Ik verheug me er nu al op.

De mannen rukken op

De eerste drie weken verliep de bouw betrekkelijk rustig. Drie mannen en af en toe een betonwagen. Maar de vierde week is het een gaan en staan van mannetjes. De elektricien, de loodgieter, de vloerverwarmingsmannen, de cementaanheler, de tegelzetter en metselaar maken hun opwachting. Ook de kamer, mijn domein, wordt nu af en toe betreden. De kamer is ook al gedeeltelijk ontruimd voor het verwachte stof als ze gaan hakken om de kamerentree schuin te maken. Deze wordt schuin gemaakt, zodat de bocht met de rolstoel makkelijker te maken is. De laatste week van de bouw, als we weer thuis zijn, is de gang afgesloten en moet alles door de kamer. Dat wordt pas echt vervelend.

Amsterdam

Er is een groot verschil tussen op vakantie gaan of weggaan omdat je huis verbouwd wordt. In dat laatste geval blijft je hart toch een beetje thuis. Niet dat Amsterdam niet leuk was, maar je vraagt je toch steeds af hoe het thuis gaat. Het huis in Amsterdam was gigantisch met een keuken van 15 meter lang, 17 kastjes van 90 cm waar de spullen in kunnen worden opgeborgen. We zoeken ons de eerste dagen rot naar potjes, kopjes, bordjes en bestek. De kamer is ook een balzaal. Het is een bijzonder huis en ons vele bezoek is onder de indruk.

Vooraf was ons gezegd dat de poezen waarop we moeten passen echte buitenpoezen zijn, we zouden ze niet zien, maar het tegendeel blijkt waar. Zodra we binnen zijn vragen ze onze aandacht. De Siamees ligt als het even kan iedere dag een uurtje op mijn schoot. Lieke slaapt met twee poezen tegen zich aan totdat we ze snachts buiten sluiten. De kinderen zijn er weg van, Ward dekt een poes iedere avond toe met een dekentje. En natuurlijk willen we nu allemaal een poes.

Floor heeft zich suf geshopt, Ward en ik hebben een Matrix marathon (3 DVD’s bijna achter elkaar) gedaan, we hebben gewandeld door Amsterdam, twee kleine musea bezocht, veel bezoek en logees ontvangen.

Ward heeft 14 muggenbulten in zijn gezicht opgelopen, en tot onze ergernis zijn we ook weer in de IKEA val getrapt (en masse de verplichte route lopen en lange rijen voor de kassa, want het was vakantie). Thuis was het een bouwput waar niet te leven viel. Toen we nog thuis waren, veegden de werklui altijd schoon voor ze weggingen, maar natuurlijk werd deze gewoonte meteen los gelaten toen we uithuizig waren. Het gruis lag 5 cm dik. Hein, die iedere dag thuis ging kijken, kwam in Amsterdam met rampverhalen; hoe moest dat volgende week? Lieke had echter een schoonmaakploeg gevormd, zodat we in een redelijk opgeruimd thuis kwamen. Lekker weer mijn eigen bed, mijn eigen pc en mijn eigen douche. Maar vooral: ik kan de voortgang van de bouw weer volgen.

De laatste week?

Volgens de planning zijn we de laatste week van de verbouwing ingegaan. Maandag, de eerste dag weer thuis, zie ik het even somber in. De verwarming wordt afgesloten en er zijn vanaf half negen direct 6 mannen in huis. Het tocht. Als ik naar de wc moet, sturen we ze allemaal naar buiten. Gelukkig doet de verwarming het ’s middags weer en blijven alleen de twee vaste krachten over. En ze zijn er weer aan gewend dat ik thuis ben, ze doen de deuren netjes achter zich dicht. De bedoeling was dat ik deze laatste week achter een stofwand zou doorbrengen, een wand dwars door de kamer, waarachter ik me in mijn eigen bedoeninkje kon terugtrekken. Ik heb dat dezelfde dag herroepen. Ik wil erbij zijn en daar geef ik privacy graag voor op. We hebben het goed gepland. We zijn geen dag zonder keuken geweest. Bij thuiskomst functioneert de nieuwe keuken hoewel niet ingericht. De hulpen zoeken zich rot en banen zich in de aanbouw, waar de nieuwe keuken staat, een weg tussen de mannetjes. Donderdag zit het glas erin, een mijlpaal dat we met appeltaart vieren. We redden het niet. Hoewel het merendeel van het werk klaar is, begint nu de afwerkfase, een periode die minstens nog twee weken gaat duren. Maar ik vind het niet erg. Het geeft zo veel te kijken en je ziet het resultaat groeien. Nee bouwvakker op kleine projecten is een prachtig beroep. We zullen ze missen.

Kijker

Ik ben een kijker, geen detail ontgaat me. In de afwerkfase is dat een handige eigenschap. Losse tegels, ontbrekende parketplinten, verkeerde kit, niets ontgaat me. Maar sociaal kijken vind ik nog veel leuker. Zet me op een camping en ik weet wie bij wie hoort en hoe het zit. Zo is er ook een speciale relatie tussen de werklui. Ze zijn bijna altijd met zijn tweeën; een is de baas en de ander sjouwt zich een breuk. Als er familie samenwerkt zijn de verhoudingen anders; de knecht geeft een grote mond terug, het gekissebis is niet van de lucht. Ik heb mijn hart kunnen ophalen afgelopen week.